media

 

15 januari 1987

Jan van Meer alias Jan van Weert vermoord.

Roermond, 15 januari 1987, een uur of elf 's avonds. Het vriest dat het kraakt: 12 graden. Een sneeuwstorm giert door het Roermondse Veld. In een logement aan de Nassaustraat zitten de bewoners rond de haard. Ze drinken een glaasje en plotseling knaagt de honger. ”Ik ga wel wat halen bij de frietkraam", biedt Jan van Meer, een 43-jarige uit Weert afkomstige kostganger aan. Na een tijdje komt hij terug met de etenswaren. Hij zegt dat hij bij de friettent een vriend heeft getroffen. ”Ik moet nog even weg", vertelt hij zijn medebewoners en trekt de voordeur achter zich dicht. Daarna heeft niemand meer iets gezien of gehoord van Jan van Meer. De man die licht geestelijk gestoord is, staat ook bekend onder de naam Jan van Weert en verschijnt vaak als tambour-maître op schuttersfeesten.

In mei 1990 blijkt dat Jan van Meer door drie plaatsgenoten vermoord werd. De mannen bekennen tegenover de politie dat ze de toen 43-jarige man hebben gemarteld en hem vervolgens in de Maas hebben gegooid. De drie verdachten pikten Jan van Meer op in de Roermondse binnenstad op. Hij werd in de auto van de mannen gezet en in de buurt van een zeilschool in de Roermondse Voorstad afgeranseld. Daarna werd hem enkele keren een bijtend zuur in het gezicht gespoten. Vervolgens werd de zwaar gewonde man de Maas in gegooid. Ofschoon het lichaam van Jan van Weert nooit is teruggevonden staat voor justitie vast dat Van Meer de mishandelingen niet heeft overleefd en is verdronken. De oplossing van de mysterieuze verdwijning kwam in een stroomversnelling toen één van de drie verdachten wroeging kreeg over de moord. Hij meldde zich bij de Roermondse politie en biechtte alles op. Twee dagen later werden de twee andere verdachten van hun bed gelicht.
Bij gebrek aan een lijk werden de daders niet veroordeeld voor moord of doodslag. In hoger beroep kregen ze gevangenisstraffen tot maximaal tweeëneenhalf jaar wegens mishandeling.

Jan van Meer
Johannes Leonardus Maria van Meer werd op 5 augustus 1944 in Breda geboren. Bij zijn geboorte liep hij hersenletsel op. Tot en met de vijfde klas van de lagere school kon Jan goed volgen, daarna moest hij naar de blo-school. Met 14 jaar moest hij daar ook af. De inmiddels in Weert wonende Jan had achter elkaar vier baantjes: bij een beschuitfabriek en bij verschillende winkels. Eenvoudig werk: inpakken, rekken vullen en boodschappen rondbrengen. Dank zij een vriend van zijn vader kon Jan bij de sociale werkplaats komen. Daar werkte hij ruim 12,5 jaar. In die sociale werkplaats leerde Jan van Meer een meisje kennen: Margriet, een paar jaar jonger dan hij. Ze trouwde in 1978 en kochten een huis in de Weerter St. Jozeflaan.
Na vijf jaar huwelijk volgde de scheiding. Het huis moest verkocht en Jan was tevens z'n baantje kwijt. Zijn ouders wilden Jan in een verzorgingstehuis onderbrengen maar dat weigerde hij. Via de sociale dienst kwam Jan in Roermond terecht, in een kosthuis. Dat ging in het begin goed en de hospes probeerde Jan van de drank af te krijgen. Uiteindelijk liep het echter toch verkeerd af. Door een medekostganger kwam Jan toen aan de Nassaustraat in een ander logement terecht.
Jan van Meer was weliswaar een zonderling, maar hij deed geen vlieg kwaad. Wel had hij de gewoonte om stiekem het glas bier van een ander leeg te drinken. Deze ongebruikelijke manier van dorst lessen werd hem uiteindelijk fataal. Op de bewuste 15e januari dronk hij de glazen leeg van de jongens die zijn belagers zouden worden.
Limburgs Dagblad  Jan behoort tot stamboom 4-Loenhout.
volgende pagina
Terug