Wietske de Meer: 'Niets mooiers dan zingen'

Jazz wil ze zingen, 'maar dan anders'. Dus zingt Wietske de Meer (35) Friestalige jazz. Lietse grutte man zong ze gisteren op de eerste voorronde van het Nederlands Jazz Vocalisten Concours in Zwolle....

Truus Ruiter 8 februari 2001, 00:00

Ooit deed ze mee aan het Friese Songfestival, een landelijk zangconcours is nieuw voor haar. Bovendien manifesteert ze zich voor het eerst nadrukkelijk als jazzzangeres. Wat dat precies inhoudt, is haar nog steeds niet helemaal duidelijk. 'Ik dacht altijd dat een jazzzangeres een rauwe stem moest hebben en oud zijn.' Ze had de aanmoediging van een ander nodig om zich aan te melden voor het Jazz Vocalisten Concours.

Sinds een jaar of zes runt De Meer een nagelstudio in Hardegarijp, waar ze nagels airbrusht en nagels pierct - 'dat soort aparte dingen' - maar zingen is haar passie. Al is het nooit in haar opgekomen naar het conservatorium te gaan. Optreden begon 'als een grap' op een feestje. 'Daar hield ik een uitnodiging aan over om bij een band te komen.'

Het ene bandje volgde op het andere, ze vormde ook een meidengroep, zette een dance-act in elkaar met salsa-dansers en heeft nu haar vaste begeleiders gevonden in The Original Show Band, waarmee ze op grote feesten optreedt.

Nieuw is haar 'project' Miss T Mar Jazz, waarin ze als zangeres wordt begeleid door een gitarist, een contrabassist en een percussionist. 'We zijn bezig eigen repertoire op te bouwen en er komt een cd, die we in eigen beheer zullen uitgeven. Daar staat ook volledig nieuw werk op, dat ik zelf heb geschreven.'

Er gaat niets boven zingen, vindt ze. 'Dat ik anderen mag vermaken, en hun zorgen even mag laten vergeten - er is toch niets mooiers?' Bovendien doet ze het in haar moerstaal. 'Eigenlijk is dat heel eng', bekent ze, 'dat merkte ik op het Friese Songfestival, het komt in mijn eigen taal wel heel dichtbij allemaal.'

7 SEPTEMBER 2006 - Zet de televisie op een willekeurig reality-programma of er komt wel een Zwollenaar in beeld. Vader en zoon Marcel en Etiënne Meulhof bivakkeren een week of drie in het Big Brotherhuis. Huub Schaab, docent Engels aan het Agnieten College, locatie Meander, duikt in het programma Dat Zal Ze Leren vijftig jaar terug in de tijd. De Zwolse Wietske de Meer ging het avontuur van Expeditie Robinson aan.

ZWOLLE - Hoe lang ze al terug is van het Robinson-eiland Espirito Sanctos wil Wietske de Meer niet zeggen. Dan zou ze meteen een deel van de afloop verraden en dat is niet de bedoeling. Wel klinkt in haar stem een verlangen naar het eiland door. ‘De natuur, de rust, zelf je eten moeten zoeken. Dat is zo oer... wow.’

De Zwolse nagelstyliste en zangeres is al vanaf het allereerste seizoen vaste kijker van Expeditie Robinson. ‘Ik wilde het meteen een keer proberen, maar ben er nooit vanuit gegaan dat ik door de selectie zou komen. Er zijn jaarlijks negen- tot tienduizend aanmeldingen en er is plaats voor acht vrouwen en acht mannen.’

De verrassing was dan ook groot toen De Meer te horen kreeg dat ze op het vliegtuig kon stappen. Eerst moest er een heleboel geregeld worden. ‘Ik heb een eigen bedrijf, zing bij verschillende bands en we hebben kinderen. Ik kon niet zomaar weggaan.’

Pas in het vliegtuig kreeg ze lucht van de eindbestemming: Panama. Dat de opnamen midden in het regenseizoen vielen, maakte de uitdaging alleen maar groter. ‘Van nature ben ik sportief. Heb altijd veel aan wedstrijdzwemmen gedaan en de laatste jaren loop ik veel hard. Door weer en wind. Robinson was voor mij een manier om te weten te komen waar mijn fysieke bodem ligt. Hoe reageer ik op honger, wat doet slaaptekort met me?’

Op het eiland voelde de nagelstyliste, zangeres én tandarts-assistente zich als een vis in het water. ‘Ik heb nooit gedacht ‘waar ben ik aan begonnen’. Al met al heb ik zoveel meer mooie momenten gekend dan slechte. Ooit ga ik daar met mijn gezin nog naar terug. Daar wil ik ze laten genieten van de natuur, hoe het is om zelf mango’s te zoeken.’

De eerste dagen op het eiland dreven de gedachten nog weleens af naar het thuisfront in Zwolle, maar naarmate de tijd verstreek stak het overleversinstinct de kop op. ‘Je hebt het zo druk. Het is daar ongeveer twaalf uur dag en twaalf uur nacht. In die twaalf uur dag moet je met het kamp een hut bouwen, het vuur aanhouden, eten zoeken. Er is geen tijd om je te vervelen, alleen om te overleven.’

Hoe druk ze het op het eiland ook had, het is niet te vergelijken met de hectiek van de Westerse wereld. De omslag was dan ook erg groot toen ze weer voet op Nederlandse bodem zette. Zo kampte ze de eerste dagen met buikpijn en slapeloosheid. ‘Terug in Nederland wilde ik van al het eten proeven, maar dat kon mijn maag helemaal niet aan. Die was gewend aan minimale hoeveelheden. Mijn ogen waren die eerste dagen echt groter dan mijn maag.’ Ook met slapen had ze bij haar terugkeer moeite. ‘Daar was het echt pikkedonker. Dat is het hier eigenlijk nooit met al dat stadslicht.’ Bovendien was ze er aan de andere kant van de wereld aan gewend geraakt in slaap te vallen bij het ruisen van de zee. ‘Toen ik met mijn vriend in Noordwijk was, werd ik opeens overvallen door slaap. Gewoon, omdat ik het ruisen van de zee weer hoorde.’

De periode op het eiland heeft haar geleerd dat een mens veel sterker is dan hij of zij eigenlijk denkt. Ook Wietske zelf. ‘Ik heb de gekste dingen gegeten. Vleermuis, gekko, torren en een leguaan’, somt ze op. ‘Je eet alles. Alles wat voorbij komt lopen zie je als een potentiële maaltijd.’

Nu ze heeft gemerkt dat ze met een minimum aan bestaansmiddelen kan overleven en toch heel gelukkig kan zijn, ziet De Meer des te duidelijker hoe verwend we in Nederland zijn. ‘Dan loop ik in de winkel en dan is iedereen gehaast en aan het drammen. Of dan vinden ze dat er te weinig keuze is aan broodbeleg ofzo. Dat irriteert me sinds ik terug ben.’

Nu de eerste aflevering inmiddels is uitgezonden, wordt ze her en der herkend van televisie. Maar van sterallures is weinig te merken. ‘Daar ben ik veel te nuchter voor. Ik ben een echte Fries. Bovendien ging ik er heen voor de fysieke uitdaging en niet om op tv te komen.’

De Robinson-ervaring heeft er bij De Meer in ieder geval toe geleid dat ze zich in het dagelijks leven minder laat sturen door de tijd. ‘Voor mijn werk plan ik nog afspraken, maar verder? Ik zie wel wat er op mij afkomt. Dat is veel makkelijker en relaxter. Als ik op woensdagmiddag zin heb om met mijn kinderen naar de zee te gaan, dan rij ik naar Noordwijk. Waarom niet? Je moet het leven wel zelf leuk maken.’

 Wietse de Meer behoort tot stamboom 58-de Meer.

terug volgende

Startpagina: thuis